Over eindeloosheid, of juist over eindigheid, en over Connie

Reisdingetje-Door-Aline-Bouma-5-e1499331109833

Afgelopen week las ik achtereenvolgend Jij zegt het, Logboek van een onbarmhartig jaar en I.M. Hierna is Geheel de uwe aan de beurt, ik kan het vanmiddag ophalen bij de bibliotheek. Je zou kunnen zeggen dat ik in een vacuüm zit met Connie Palmen. Het is er prettig en warm en ze leert me van alles. In Connie’s boeken gaan er alleen maar geliefden dood. Desalniettemin wil ik in een volgend leven Connie Palmen zijn. Ik wil haar lef om (opnieuw) innig en vol overgave lief te hebben, haar vermogen om trieste gebeurtenissen om te zetten in een prachtige taal en haar kapsel – dat wil ik ook als ik zestig ben.

Connie heeft me deze week veel laten nadenken over mijn immer aanwezige weerstand tegen eindeloosheid. Voor mij is die weerstand een normaal iets geworden, maar niet iedereen snapt wat ik daarmee bedoel. Ik zal het proberen uit te leggen met wat voorbeelden uit mijn binnenwereld.

Wanneer ik naar huis loop met een tas met boodschappen word ik soms overvallen door het idee: hoe vaak heb ik dit rondje al gelopen en hoe vaak zal ik dat nog moeten doen? Wanneer ik begin aan een boek, bereken ik op basis van het aantal bladzijdes hoe lang ik er ongeveer over zal doen om het uit te lezen – en welk boek ik daarna en dáárna ga lezen weet ik altijd ook al. Nadenken over het eeuwige leven of de oneindigheid van het universum of de diepte van de oceaan moet je me nooit laten doen als je de rest van de dag nog iets gezelligs met me wilt. Ik word er angstig en verdrietig van. Het fijnste aan kinderen opvoeden lijkt me dat ze groter worden en dus steeds veranderen. Fijn aan lesgeven vond ik dat mijn leerlingen ieder schooljaar weer andere mensen waren. Aan geliefden vraag ik onromantische dingen als ‘schat, hoe lang denk jij dat we samen zullen blijven?‘ en ik wil alleen met je op vakantie als je ook met me wil fantaseren over hoe het zal zijn om straks weer thuis te komen. Ik heb altijd zin om te verhuizen en ik weet al welke master ik ga volgen als ik 55 ben, al moet ik nog 33 worden en moet ik ook eerst nog maar eens beginnen aan die eerste master.

Mijn fixatie op eindigheid is een manier om dingen overzichtelijk te houden. Dat is in sommige situaties prima of zelfs wenselijk te noemen, maar het maakt dingen ook lastig. Mijn partners en ik zullen elkaar bijvoorbeeld niet altijd kunnen begrijpen op dit vlak. Een geliefde vroeg eens behoorlijk gefrustreerd: ‘als iets heel fijn is, dan wil je toch dat het voor altijd duurt?!‘ Dat heb ik dus niet. Ik wil nooit dat dingen voor altijd duren. Ik wil weten wanneer ik terug kan kijken op iets.

Ik fantaseer wel eens wat over de toekomst (of dat doe ik eigenlijk de hele tijd, want ik wil dus altijd weten wat hierna komt,) en dan zie ik mezelf een veertiger zijn met een ex-vrouw en een co-ouderschap met kinderen. Ik kan niet precies uitleggen waarom dat idee me níet droevig maakt, ik heb bij voorbaat al vrede met dat idee. Waar anderen zouden zeggen: ‘dan hoef je dus niet te trouwen, als je al weet dat dat gaat gebeuren’ denk ik: ja wel, juíst wel. Het idee dat je dan zo’n tien of vijftien jaar die relatie en die liefde helemaal kunt consumeren en er heel erg gelukkig mee kunt zijn én er daarna op kunt terugkijken, dat lijkt me heel veel waard.

Ik geloof gewoon niet in dingen die voor altijd zijn. Of ik geloof wel dat het bestaat, maar ik heb er geen hang naar. Toen ik opgroeide in een geloofsgemeenschap en ik dagelijks te horen kreeg dat als ik maar een goed mens zou zijn ik beloond zou worden met het eeuwig leven, was precies dát eigenlijk een reden om niet meer te willen geloven. Wat moet ik met met eeuwig leven? Weet je wel hoe lang dat duurt? Nee, ik dus ook niet en ik krijg maar geen grip op dat idee.

Ooit had ik een collega, A, die we ‘de Sjamaan’ noemden. A kon horoscopen trekken. Daar was eerst menig collega heel erg in geïnteresseerd, totdat duidelijk werd dat het om levenshoroscopen ging en A zelfs kon zien wanneer je zou sterven. Toen dat eenmaal duidelijk werd durfde niemand nog. Ik weet nog dat ik dacht: ‘dan doe ik het ook maar niet,’ omdat het ook iets geks heeft om te zeggen dat het jou niet zoveel uitmaakt om te weten wanneer je gaat sterven. Mensen concluderen daaruit al gauw dat je dood wil – wat, wees maar niet bang, absoluut niet het geval is. Maar aangezien het in mijn aard ligt altijd te willen weten hoe lang dingen duren (en wat er daarna komt,) denk ik dat, ongeacht wat de uitslag van de horoscoop zou zijn, ik er wel mee om zou kunnen gaan. Het is eigenlijk iets geks dat doodgaan onze enige zekerheid in het leven is, maar dat het tegelijkertijd weinig van zekerheid biedt.

Die weerstand tegen eindeloosheid, die heeft natuurlijk iets van ontevredenheid in zich. En van ontevredenheid word ik onrustig. Het geeft me het gevoel dat ik stil sta en stilstand is achteruitgang en achteruitgang is geen optie. Een geliefde zei laatst ‘jij denkt áltijd dat het gras ergens anders groener is.’ Maar dat is niet zo. Ik vermoed dat het gras ergens anders gewoon ander gras is en daar ben ik dan nieuwsgierig naar. Het gras kan ook hoger zijn, of een heel andere kleur hebben, of zachter of stugger zijn, of het blijkt opeens gemaakt van een heel ander materiaal dan gras. Wie zegt dat mijn voorstelling van gras, op basis van hoe ik het nu ken, klopt? Ik vind het een onmogelijke opgave om níet na te denken over ander gras. Daarvoor vind ik al het gras van de wereld veel te interessant. Niet dat ik daarmee wil zeggen dat ik het gras dat ik nu ken niet fijn vind, maar ik hoef er niet voor altijd in te blijven liggen.

Ik vind het verschrikkelijk voor Connie Palmen dat ze twee grote liefdes heeft moeten begraven, maar toch denk ik: als de eerste niet was overleden, had ze de tweede misschien wel nooit gehad en dat is toch een vreselijk treurige gedachte? Ik heb Logboek van een onbarmhartig jaar (over de tweede liefde) eerst gelezen en daarna I.M. (over de eerste liefde). Dat is een heel interessante volgorde, ik kan het je aanraden. Deze week met Connie heeft me laten inzien dat ik niet per se niet tegen eindeloosheid kan, maar dat ik gewoon goed met eindigheid kan omgaan en ik denk dat dat een groot goed is.

Deze blogpost bevat affiliatelinks en de foto’s zijn gemaakt door Aline Bouma. 

Deel deze post op:

Geschreven door: Merel

8 gedachten over “Over eindeloosheid, of juist over eindigheid, en over Connie

  1. WAUW, wat schrijf je fantastisch eerlijk. Wat je schrijft over het gras wat niet zo zeer groener hoeft te zijn maar vooral anders, begrijp ik zo goed! Ik ben zelf niet zo veel bezig met het oneindige. Maar zonder dat ik ontevreden ben, net als jij, ben ik altijd op zoek naar weer andere dingen. Nieuwe ervaringen etc. Connie Palmen ken ik helemaal niet, maar ik ga zeker kijken want jouw verhaal maakt me nieuwsgierig!

    Trouwens, ik denk dat je gedachtegang nog helemaal zo gek niet is. Immers, verandering zal er altijd blijven.

  2. “Wanneer ik naar huis loop met een tas met boodschappen word ik soms overvallen door het idee: hoe vaak heb ik dit rondje al gelopen en hoe vaak zal ik dat nog moeten doen?” Dat vind ik zo herkenbaar! Ik denk er ook vaak over na eigenlijk. Mooi geschreven Merel!

  3. Wauw, wat een stuk, dit! Ik vind het heel interessant om jouw gedachten en gevoelens hierover te lezen, omdat ik denk ik toch wat minder goed met die eindigheid om kan gaan. Ik ben ook heel toekomstgericht, maar ik vind het altijd lastig om te dealen met dingen die veranderen terwijl ik liever wil dat ze voor altijd zo blijven, haha…

  4. Wat een goed stuk. Veel herkenbare gedachten en (jeugd)ervaringen, prachtig geschreven. Een fijne verrassing terwijl ik eigenlijk een receptje zocht, en toch even verder spiekte.

  5. Niet per se herkenbaar, maar wel een mooi stuk! Ik vind het niet per se erg dat een leuk moment of een fijne tijd met een fijn persoon eindigt, want dan kan ik er op terugkijken. Maar mijn relatie zou ik wel graag voor eeuwig zien duren, want ik kan me niet voorstellen dat er iemand is die nog beter voor me is. ‘I.M’ heb ik twee keer gelezen en vond ik heel mooi, gek genoeg heb ik verder niks anders van Connie Palmen gelezen. Misschien toch maar eens doen!

  6. Waw Merel. Dit artikel heb ik echt moeten laten inzinken. Ik heb er dagen over nagedacht. En ook mijn best gedaan om jou niet te gaan anlyseren, want ieder mens geeft zijn visie en daar moet ik geen reden op gaan plakken.

    Wat voor mij juist wel erg opgaat is genieten van het huidige moment en al niet verder gaan naar het volgende. Dat staat wel los van plannen maken. Als ik steeds het volgende denk of het vervolg gaat er volgens mij veel verloren wan wat er nu (al) is. Ik wilde nu toch reageren, omdat mijn beste maatje, mijn liefste hond, eergisteren is gestorven. Ik verzeker je dat ik hem nu eindeloos bij ons zou willen. Omdat hij ouder werd hebben we ook vaak gesproken over hoe een volgende hond zou moeten zijn. Dit lijkt me nu zinloos geweest, ik ben helemaal niet in to een nieuwe hond erbij. Ik wil diep voelend het huidige moment koesteren maar me wel steeds verwondering laten voelen bij een nieuwe episode in mijn leven. Maar ik ga niet meer plannen hoe dat er dan moet uitzien. Je hebt namelijk op niks vat in het leven, waarom dan al naar een volgend moment uitijken en dat in je hoofd schetsen als je zelfs niet weet of dat echt zo gaat zijn.Heel eerlijk wat je zegt over dat het te maken heeft met ontevredenheid en angst om stil te staan. Maar ik vind stil staan een kracht, als je stil staat gebeurt er ook heel veel vind ik, doordat je met volle aandacht kijkt en voelt van wat er nu is. Misschien bekijk ik het ook zo omdat ik al een stuk ouder ben en al veel gezien en meegemaakt heb. Veel wat ik wilde in mijn leven is ook verwezenlijkt en daar pluk ik de vruchten van.
    Stil staan maakt dat je het volgende juist weer kan omarmen denk ik. Anyway, ik zit er nog steeds verder op te borduren, jouw stukje heeft weer wat stof to nadenken geleverd. Je zet alvast aan tot introspectie en filosoferen, en dat is mooi.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *